Opheffing bij gebrek aan belang
Opheffing op vordering van eigenaar dienend erf als uitoefening onmogelijk is geworden of indien er bij de uitoefening door het heersend erf geen redelijk belang meer is (en niet zal terugkomen).
Artikel 5:79 BW biedt de rechter de mogelijkheid op vordering van de eigenaar van het dienende erf een erfdienstbaarheid op te heffen, indien de uitoefening daarvan onmogelijk is geworden of indien de eigenaar van het heersende erf geen redelijk belang meer heeft bij de uitoefening.
In dat laatste geval moet het niet aannemelijk zijn dat de mogelijkheid van uitoefening of het redelijk belang daarbij zal terugkeren.
Volgens vaste jurisprudentie spelen de belangen van de eigenaar van het dienende erf bij deze vordering geen rol.
Denk bij de onmogelijkheid bijvoorbeeld aan een erfdienstbaarheid van weg die over het perceel van het dienend erf liep naar een stukje openbare weg, terwijl die openbare weg door de gemeente aan de openbaarheid onttrokken en feitelijk afgesloten is, waarna er een gebouw of ander obstakel op is geplaatst, dat de feitelijke toegang blokkeert.
Er is dan geen reden meer om gebruik te maken van het dienend erf, omdat dat tracé nergens toe leidt. De uitoefening is dan feitelijk door externe omstandigheden onmogelijk geworden.
Bij geen redelijk belang kunt u denken aan de eigenaar van een erfdienstbaarheid van weg die zelf een alternatief tracé gecreëerd heeft, waardoor er feitelijk geen redelijk belang meer bestaat bij het tracé over het dienende erf.
Ook al heeft de eigenaar van het heersend erf nog enig belang, dan nog kan de rechter de erfdienstbaarheid opheffen, indien dat belang niet redelijk genoeg is.
Volgens de rechtbank Leeuwarden van 06-01-2010 was de wens van de eigenaren van het heersend erf, die naast de oorspronkelijke dam van de eigenaar van het dienend erf een eigen dam met toegangshek hadden aangelegd om die erfdienstbaarheid te handhaven, echter niet redelijk.
6.3. De rechtbank stelt voorop dat [gedaagden] c.s. – anders dan ten tijde van de vestiging van de erfdienstbaarheid – thans een eigen uitweg hebben naar de openbare weg via de door hen aangelegde dam. Deze uitweg is dusdanig breed, dat alle verkeer vanaf het perceel van [gedaagden] c.s. naar de openbare weg in beginsel via deze uitweg kan plaatsvinden, of het nu autoverkeer, fiets-/scooterverkeer, voetgangersverkeer of het vervoer van vuilcontainers betreft. Daarmee is er naar het oordeel van de rechtbank sprake van een redelijk alternatief voor het heersende erf voor de erfdienstbaarheid. Het gebruik van de uitweg wordt evenwel belemmerd doordat [gedaagden] c.s. ter afscheiding van hun perceel een hek bij of op de dam hebben geplaatst, dat geen aparte toegang voor ander verkeer dan autoverkeer heeft en dat niet handmatig te openen is. De rechtbank kan zich in deze situatie voorstellen dat [gedaagden] c.s. belang houden bij verdere uitoefening van de erfdienstbaarheid ten behoeve van ander verkeer dan autoverkeer. Dit belang kan echter niet als een “redelijk belang” worden beschouwd. Met [eisers] c.s. is de rechtbank van oordeel dat de keuze voor afsluiting van de uitweg en voor een hek als het onderhavige redelijkerwijs voor rekening van [gedaagden] c.s. dient te komen en niet aan [eisers] c.s. kan worden tegengeworpen. Indien [gedaagden] c.s. geen hek hadden geplaatst, althans een hek voorzien van een aparte voetgangers-/fietsersingang hadden geplaatst, had alle verkeer van en naar de openbare weg via de dam van [gedaagden] c.s. kunnen plaatsvinden.
Verder is het goed om te weten dat de rechter alle vorderingen zoals hiervoor bedoeld ex artikel 5:81 BW kan toewijzen onder door hem te stellen voorwaarden. Dat kunnen ook financiële voorwaarden zijn, zie rechtbank Leeuwarden van 06-01-2010.
Lees meer over de aanpassingsmogelijkheden van een erfdienstbaarheid:
- Verleggingsmogelijkheid door eigenaar van dienend erf bij erfdienstbaarheid van weg op grond van artikel 5:73 BW;
- Opheffings- of wijzigingsmogelijkheid op vordering eigenaar dienend erf bij onvoorziene omstandigheden of strijd met openbaar belang (artikel 5:78 BW);
- Mogelijkheden van eigenaar heersend erf tot herstel uitoefening erfdienstbaarheid bij onvoorziene omstandigheden (artikel 5:80 BW).
Benieuwd wat ik voor u kan doen?
Actueel
blog

Erfafscheiding staat verkeerd: Wie heeft juridisch gelijk?
Wat is een erfafscheiding en waar gaat het mis? Een erfafscheiding is de grensafscheiding tussen twee percelen, bijvoorbeeld een schutting, heg of muur. Wanneer een

Buren nemen grond in? Zo bewijs je jouw eigendom eenvoudig
Wat moet je doen als je buren jouw grond innemen? Een conflict waarbij je buren grond van jouw perceel in gebruik nemen of (zichtbaar) innemen,

Erfdienstbaarheid vastleggen of wijzigen? Juridisch advies op maat
Wat is erfdienstbaarheid? Een erfdienstbaarheid is een recht dat de eigenaar van het zogenaamd heersend erf toestemming geeft om bepaalde handelingen te verrichten op het

Recht van overpad opheffen? Juridisch advies bij burenproblemen
Wat is een recht van overpad? Een recht van overpad is benaming in de volksmond zonder juridische betekenis. Meestal wordt daarmee gedoeld op een recht

Erfgrens opnieuw laten bepalen door het Kadaster? Zo werkt het
Wat is het opnieuw bepalen van een erfgrens? De kadastrale grens is de juridische grens. Dat is tenminste het uitgangspunt voor de officiële grens tussen

Opstalrecht regelen bij gezamenlijk perceel
Wat is opstalrecht bij een gezamenlijk perceel? Het opstalrecht is het juridische recht om een bouwwerk of beplanting op andermans grond te hebben. Normaal geldt